Wie heeft zeggenschap over de asbestemming?

Het komt regelmatig voor dat nabestaanden onenigheid krijgen over de asbestemming. Nadat een dierbare is gecremeerd, zullen nabestaanden verschillende ideeën hebben over wat er met de as van de overledene dient te gebeuren.

De één heeft er behoefte aan om de as in een urn op de haard te bewaren, terwijl de ander de urn liever laat begraven op een plaats waar iedereen naar terug kan keren. Weer anderen wensen de as van hun overleden dierbare in een sieraad bij zich te dragen of deze te verwerken in een tatoeage ter nagedachtenis aan de overledene. Zoveel mensen, zoveel wensen. De wet voorziet echter niet in een regeling voor het geval tussen nabestaanden onenigheid bestaat over de bestemming van de as.

1. Wie mag de crematie regelen?

De overledene kan zelf bij testament of codicil hebben bepaald wie de crematie mag regelen. Wanneer in het testament een executeur is benoemd, wordt hij verondersteld zorg te dragen voor het regelen van de crematie. Heeft de overledene echter niet vastgelegd wie zijn crematie dient te regelen, dan mag de crematie worden geregeld door degene die het verlof daartoe heeft aangevraagd. Dit verlof betekent dat diegene van de ambtenaar van de burgerlijke stand toestemming heeft gekregen om de crematie te regelen. Een ieder kan het verlof tot het houden van een crematie aanvragen. Het verlof wordt verleend aan degene die de verklaring van overlijden overhandigt. De ambtenaar van de burgerlijke stand houdt zich bij het verlenen van het verlof niet bezig met de vraag wie het meest geschikt is om de crematie te regelen of wie daartoe het meeste recht zou hebben. De wetgever heeft zich namelijk niet willen mengen in de onderlinge verhoudingen en rechten van nabestaanden.

 2. Wie bepaalt de bestemming van de as?

Degene aan wie het verlof voor de crematie is verleend, dient tevens voor de asbestemming zorg te dragen. Daarbij dient de (vermoedelijke) wens van de overledene te worden gevolgd. De overledene kan wederom bij testament of codicil zelf hebben bepaald welke bestemming aan zijn as dient te worden gegeven. Zo kan hij bepalen dat zijn as (deels) moet worden uitgestrooid op een specifieke plek die veel betekenis voor hem had. Zo is een deel van de as van Nederlands bekendste volkszanger, André Hazes, in overeenstemming met zijn laatste wens met vuurpijlen de lucht in geschoten.

De persoon die zorg draagt voor de asbestemming mag dus niet naar eigen inzicht bepalen wat er met de as gebeurt. De laatste wens van de overledene dient door de nabestaanden te worden gerespecteerd, ook wanneer zij het onderling eens zouden zijn over de bestemming die de as dient te krijgen. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant overwoog hieromtrent:

De wet neemt echter de (vermoedelijke) wens van de overledene omtrent de asbestemming tot uitgangspunt. Dat betekent dat de vordering van [eiser] moet worden afgewezen als de door hem gevorderde verdeling van de as niet in overeenstemming is met de wens van [erflater], zelfs indien (…) [gedaagde] aanvankelijk met die verdeling zou hebben ingestemd.”

3. Wat als de (vermoedelijke) wens van de overledene niet bekend is?

De wens van de overledene met betrekking tot de bestemming van zijn as kan onbekend zijn. Bijvoorbeeld wanneer hij geen testament of codicil heeft opgesteld en hij hieromtrent ook nooit iets aan zijn familie of vrienden kenbaar heeft gemaakt. In dat geval dient bij het geven van een bestemming aan de as de vermoedelijke wens van de overledene te worden gevolgd. Dit is het punt waarop meningsverschillen tussen nabestaanden doorgaans ontstaan. De ene nabestaande beweert dat de overledene wenste te worden uitgestrooid en de andere nabestaande weet zeker dat de overledene had gewild dat ieder van zijn kinderen een gedeelte van de as zou krijgen. De wet geeft geen oplossing voor het geval nabestaanden het niet eens kunnen worden over de bestemming van de as.

4. Wat te doen als nabestaanden geen overeenstemming bereiken?

Ondanks de onenigheid tussen de nabestaanden, zal er een bestemming aan de as moeten worden gegeven. Als niet alleen de wens van de overledene maar ook zijn vermoedelijke wens niet is te achterhalen, dan zal naar redelijkheid en met afweging van de gevoelens en belangen van de nabestaanden een bestemming aan de as moeten worden gegeven. Zo overwoog de Rechtbank Utrecht hieromtrent:

Nu [S.] zich ter zake niet heeft kunnen uitlaten en zij evenmin een uiterste wilsbeschikking heeft opgesteld met betrekking tot de bestemming van haar as en ook niet met voldoende zekerheid valt vast te stellen wat zij gewild zou hebben, zal naar redelijkheid en met afweging van de gevoelens en belangen van de nabestaanden, in casu [de moeder] en [de vader], een bestemming aan de as moeten worden gegeven.”

Nu het geven van een bestemming aan de as onomkeerbaar kan zijn, doen nabestaanden er verstandig aan niet te lang te wachten met het ondernemen van actie wanneer zij geen overeenstemming over de asbestemming kunnen bereiken. Een advocaat kan hierin een bemiddelende rol spelen. Een tussen de nabestaanden getroffen regeling kan dan snel op schrift worden gesteld.

Daarnaast kan een advocaat namens de nabestaande(n) een kort geding starten. In dit kort geding kan bijvoorbeeld afgifte van (een deel van) de as worden gevorderd, alsook dat het de andere nabestaande(n) voorlopig wordt verboden om een onomkeerbare bestemming aan de as te geven. De rechter kan hieraan een dwangsom verbinden. Daarna(ast) kan een advocaat eventueel een bodemprocedure opstarten. Of de vordering uiteindelijk door de rechter wordt toegewezen, hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval. De uitkomst van een dergelijke procedure is lastig te voorspellen, omdat de rechter bij het nemen van zijn beslissing de belangen van de nabestaanden tegen elkaar zal afwegen.

Conclusie

Degene die een bestemming geeft aan de as, dient zich daarbij te houden aan de (vermoedelijke) wens van de overledene. Wanneer onduidelijk is wat de (vermoedelijke) wens van de overledene was, zal bij het geven van een bestemming aan de as rekening moeten worden gehouden met de gevoelens en belangen van de nabestaanden. Kunnen de nabestaanden het niet eens worden over de asbestemming, dan kunnen zij overwegen om een procedure op te starten. De uitkomst van een dergelijke procedure is lastig te voorspellen en hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval.

Deze blog is geschreven door mw. mr. B.L. (Loïs) Lok. Lois is een deskundige advocaat op het gebied van erfrecht en familie- en jeugdrecht, is werkzaam bij Bos Van der Bug advocaten in Zoetermeer. U kunt contact met haar opnemen via 079-3203366 of via llok@bosvanderburg.nl. Zie ook http://bosvanderburg.nl