Voorlopige voorzieningen (artikel 223 Rv)

Voorheen was het verzoeken van voorlopige voorzieningen voorbehouden aan scheidende echtgenoten. Tegenwoordig kan echter in iedere familierechtelijke verzoekschriftprocedure om voorlopige voorzieningen worden verzocht.

Wat is een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv?

De Hoge Raad heeft bij beschikking van 5 december 2014 bepaald dat ook in verzoekschrift procedures op basis van artikel 223 Rv kan worden verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorziening wordt dan getroffen voor de duur van de bodemprocedure.

Hiervoor is, in tegenstelling tot bij een echtscheiding, wel spoedeisend belang vereist. Dit spoedeisend belang zal alleen bestaan indien de verzoeker om de voorlopige voorziening kan aantonen dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

Daarnaast dient de rechter de belangen van partijen af te wegen tegen de achtergrond van de te verwachten resterende duur van de bodemprocedure en van de proceskansen daarin.

Tot slot dient de gevorderde voorlopige voorziening wel voldoende samenhang te hebben met de hoofdzaak.

Hoe wordt om een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv verzocht?

Een advocaat kan voor het laten treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv een apart verzoekschrift indienen of kan die verzoeken opnemen in het verzoekschrift in de hoofdzaak. Ook de verweerder kan bij verweerschrift als zelfstandig verzoeker een verzoek doen om voorlopige voorzieningen te treffen.

Op basis van de bij de Rechtspraak geldende Procesreglementen worden voorlopige voorzieningen procedures in beginsel met spoed en voorafgaand aan de hoofdzaak behandeld. Indien er geen of onvoldoende spoedeisend belang aanwezig is, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening veelal zonder behandeling ter zitting niet-ontvankelijk verklaard en krijgt de advocaat een beslissing terug waaruit dit blijkt.

Voorbeelden van voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv

Hierna volgen diverse voorbeelden van voorlopige voorzieningen die op basis van artikel 223 Rv kunnen worden verzocht.

  • Voorlopige nihilstelling/schorsing van de alimentatie voor de duur van de procedure.

  • Opheffing van een gelegd beslag.

  • Een voorlopige omgangsregeling/zorgregeling tussen een ouder en een minderjarige.

  • Voorlopige toevertrouwing van een minderjarige aan een ouder.

  • Vaststelling van een voorlopige informatie- en consultatieverplichting van de ene naar de andere ouder betreffende een minderjarige.

  • Schorsing van een bestaande beschikking.

  • Vervangende toestemming tot verkoop van de gezamenlijke woning.

  • Voorlopig gebruik van een gezamenlijke woning.

Van belang om hierbij op te merken, is dat de voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv niet gelimiteerd staan opgesomd in de wet, zoals wel het geval is bij echtscheidingen. Zolang derhalve is voldaan aan de eisen uit artikel 223 Rv, kan om iedere voorlopige voorziening worden verzocht.

Deze blog is geschreven door mr. L.J.W. (Lennard) Govers van Bos Van der Burg Advocaten, gevestigd in Zoetermeer. Lennard is een deskundige advocaat en mediator op het gebied van familie- en jeugdrecht. U kunt contact met hem opnemen via 079-3203366 of via lgovers@bosvanderburg.nl. Zie ook http://bosvanderburg.nl.