Verhuizen met minderjarige kinderen

Ouders die samen het gezag uitoefenen, hebben voor belangrijke beslissingen in het leven van hun kinderen de toestemming van de andere ouder nodig. Dit geldt ook voor een verhuizing met de minderjarige kinderen. Een Rechter kan die benodigde toestemming voor de verhuizing ook vervangen. Maar hoe beoordeelt een Rechter dat?

Toestemming voor de verhuizing

Het komt, met name na scheiding, vaak voor dat de ouder bij wie de kinderen permanent inwonen (hun zogenaamde hoofdverblijfplaats hebben) met de kinderen wenst te verhuizen. Voor die verhuizing is dan schriftelijke toestemming van de andere ouder nodig. Een ouder die zelf het (eenhoofdig) gezag heeft en dat dus niet deelt met de andere ouder, heeft die toestemming niet nodig.

Gezagsgeschil

Het wettelijke uitgangspunt is dat ouders moeten overleggen over belangrijke beslissingen in het leven van de kinderen. Het komt echter geregeld voor dat dit overleg niet leidt tot de gewenste toestemming of een andere oplossing. Er ontstaat dan een zogenaamd gezagsgeschil.

1:235a BW-procedure

Indien de ouders samen geen overeenstemming bereiken over de voorgenomen verhuizing, kan dit geschil op basis van artikel 1:253a BW aan de Rechter worden voorgelegd. De Rechter is namelijk bevoegd om de van de andere ouder benodigde toestemming voor de verhuizing te vervangen door toestemming van de Rechtbank. Een verhuizende ouder kan dat verzoek niet zelf bij de Rechtbank indienen, zodat rechtsbijstand van een advocaat is vereist.

Belangen bij vervangende toestemming tot verhuizing

Tot 2008 keek een Rechter in een dergelijke procedure vrijwel uitsluitend naar het belang van het kind. In de beschikking van 25-04-2008 werd echter door de Hoge Raad bepaald dat dient te worden gekeken naar álle omstandigheden van het geval. Het belang van de kinderen staat voorop, maar dat sluit niet uit dat een ander belang zwaarder kan wegen. Een voorbeeld daarvan is het belang van de ouder om zijn of haar leven opnieuw in te richten na scheiding.

Criteria bij vervangende toestemming tot verhuizing

Naar aanleiding van voornoemde uitspraak van de Hoge Raad en overige jurisprudentie die is ontstaan op dit vlak, zijn een negental criteria ontstaan die gebruikt worden bij het beoordelen van een verzoek om vervangende toestemming tot verhuizing.

Het betreft de navolgende criteria:
1.     de noodzaak om te verhuizen;
2.     de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
3.     de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
4.     de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie in overleg;
5.     de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar ineen vertrouwde omgeving;
6.     de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
7.     de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
8.     de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;
9.     de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.

In een procedure over een verhuizing met kinderen is het dus zaak om het verzoek daartoe goed te motiveren aan de hand van voornoemde criteria, terwijl het voeren van verweer tevens gestoeld kan worden op voornoemde criteria. Het is dan ook raadzaam om in een dergelijke procedure te worden vertegenwoordigd door een gespecialiseerde familierecht advocaat. De familierecht advocaten van Bos Van der Burg kunnen u uiteraard bijstaan in dit proces.

Deze blog is geschreven door mr. L.J.W. (Lennard) Govers van Bos Van der Burg Advocaten, gevestigd in Zoetermeer. Lennard is een deskundige advocaat en mediator op het gebied van familie- en jeugdrecht. U kunt contact met hem opnemen via 079-3203366 of via lgovers@bosvanderburg.nl. Zie ook http://bosvanderburg.nl.